seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

  • Samenvatting

    In de levensfase van 25 tot 40 jaar hebben de meeste mensen een langdurige vaste relatie. In langdurige relaties kan de seks steeds beter worden, omdat de kennis over elkaar, de intimiteit en het vertrouwen groeien. Maar de zin in seks kan ook afnemen. Veel mensen krijgen in deze levensfase te maken met zwangerschap en de zorg voor kleine kinderen. Als stellen zwanger proberen te worden verliezen ze soms de leuke kanten van seks uit het oog. Zwangerschap en de zorg voor jonge kinderen zorgen voor belangrijke biologische, psychologische en sociale veranderingen. Hierdoor kan de tevredenheid over het seksleven tijdelijk lager zijn.

  • Biopsychosociale context

    Op deze leeftijd hebben de meeste mensen een vaste partner. Aan het eind van deze levensfase wonen de meesten daar ook mee samen. Deze fase staat voor veel mensen in het teken van kinderen krijgen en opvoeden. Ruim twee derde van de 35- tot 40-jarigen draagt de verantwoordelijkheid voor een of meer kinderen. Tijdens de zwangerschap, bevalling en periode erna ondergaat het lichaam van de vrouw enorme veranderingen. Zwangerschap en de zorg voor jonge kinderen brengen ook psychologische en sociale veranderingen met zich mee. De eerste periode is vaak zwaar. Daarna vinden ouders meestal een nieuw ritme en wennen zij aan het ouderschap.

  • Lichaamsbeeld

    De helft van de mensen van 25 tot en met 39 jaar vindt zichzelf best aantrekkelijk. De lichamelijke veranderingen tijdens de zwangerschap kunnen hier wel invloed op hebben. 1 op de 8 vrouwen is dan tevredener over haar lichaam, vooral als de zwangerschap goed te zien is. Een kwart vindt zichzelf tijdens de zwangerschap juist minder aantrekkelijk. Soms hebben zij daardoor minder vaak seks. Ook mannen kunnen wisselend staan tegenover het veranderende uiterlijk van hun vrouw. Na de zwangerschap is er een piek in ontevredenheid over het lichaam bij vrouwen. Dat gaat vooral over het gewicht, maar ook over zwangerschapsstrepen of slappere huid en borsten.

  • Genderidentiteit en genderrol

    Zwangerschap, bevallen en de overgang naar ouderschap hebben een andere betekenis voor mannen dan voor vrouwen. De baby groeit in de buik van de moeder en zij brengt het kind ter wereld. Mannen kunnen zich buitengesloten voelen in dit proces. Zij kunnen zich ook machteloos voelen als ze zien dat hun vrouw pijn heeft bij de bevalling. Het moederschap lijkt voor vrouwen meer verweven te zijn met hun identiteit als vrouw. Zij verliezen daardoor meer hun oude identiteit bij de overgang naar ouderschap dan mannen. Het kan ongeveer een jaar duren voordat vrouwen het moederschap in hun identiteit hebben opgenomen en voordat ze weer het gevoel hebben controle te hebben over hun lichaam en leven.

  • Genderdysforie

    Ook op latere leeftijd kunnen mensen nog gevoelens van onvrede met het geboortegeslacht ontwikkelen of ontdekken. Vooral mannen met een heteroseksuele oriëntatie ondergaan soms een geslachtsaanpassende operatie als ze halverwege de dertig zijn, of later. Deze mannen hebben dan vaak al jaren met hun gevoelens van genderdysforie geworsteld. Zij hebben ook veel langer geprobeerd in de genderrol te leven die past bij het geboortegeslacht. De tevredenheid over een geslachtsaanpassende behandeling op latere leeftijd is even groot als bij een operatie op jongere leeftijd. Post-operatieve tevredenheid en spijt hangt vooral af van het fysieke resultaat van de operatie.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    Aan het begin van deze levensfase worden nog veel nieuwe partnerrelaties gevormd. Binnen deze relaties gaan de romantiek en passie van het begin geleidelijk over in een meer kameraadschappelijke vorm van liefde. Veel stellen gaan na verloop van tijd samenwonen of trouwen. Ze zijn dan eerst nog een tijd samen voordat er eventueel kinderen komen. Als die er komen, verandert de relatie tussen de partners. Na de bevalling staat het leven van veel partners helemaal in het teken van het kind. Ze zijn dan ineens meer ouders dan geliefden. Er moet weer een balans gevonden worden tussen de rol van ouder en de rol van partner. Gemiddeld neemt de relatietevredenheid dan (tijdelijk) af, maar dat geldt niet voor iedereen.

  • Seksuele oriëntatie

    Het komt steeds vaker voor dat paren van gelijk geslacht kinderen krijgen en/of hiervoor zorgen. Om biologische redenen is het vooral voor homoseksuele mannen ingewikkeld om kinderen te krijgen. Vrouwen kunnen een zaaddonor zoeken bij een spermabank of in hun omgeving, mannen gaan vaak een co-ouderschap met een alleenstaande moeder of lesbisch stel aan. Beide kunnen ook kinderen hebben uit een eerdere heteroseksuele relatie. Homoseksuele mannen en vrouwen zijn over het algemeen ouder als ze kinderen krijgen dan heteroseksuele mannen en vrouwen. Ze denken langer na over het al dan niet krijgen van kinderen en het kost meer tijd om dit te realiseren.

  • Interesse en verlangens

    In langdurige relaties kan de seks (steeds) beter worden, omdat de kennis over elkaar, de intimiteit en het vertrouwen groeien. Maar de zin in seks kan ook geleidelijk afnemen. Bijvoorbeeld omdat de spanning van het elkaar ontdekken en veroveren verdwenen is. Gemiddeld neemt seksueel verlangen binnen langdurige relaties sterker af bij vrouwen dan bij mannen. Wanneer mensen gedurende langere tijd zwanger proberen te worden, kan dit een negatief effect hebben op het seksueel verlangen. Bij een zwangerschap neemt de behoefte aan geslachtsgemeenschap bij vrouwen vooral in het eerste en laatste trimester af. Bij mannen neemt de behoefte geleidelijk af. Na de bevalling neemt de behoefte aan seks weer toe, maar blijft vaak minder dan voor de zwangerschap.

  • Seksueel gedrag

    In deze levensfase is de overgrote meerderheid van de mensen seksueel actief, meer dan in alle andere levensfasen. 1 op de 10 mannen met een vaste partner heeft het laatste half jaar ook seks met anderen (gehad). 6% van de mannen heeft in het afgelopen jaar een prostituee bezocht. Tijdens de zwangerschap neemt de mate waarin stellen elkaar zoenen en strelen niet af, maar alle andere vormen van seksueel gedrag wel. Ongeveer 10% van de stellen heeft gedurende de hele zwangerschap geen geslachtsgemeenschap. Gemiddeld hebben stellen vanaf ongeveer 6 weken langzamerhand weer geslachtsgemeenschap. De seksfrequentie blijft vaak wel lager dan voor de zwangerschap. Vrouwen hebben na de bevalling een periode van enkele maanden waarin zij niet masturberen.

  • Opvattingen en gevoelens

    Voor de meeste mensen zijn lust en intimiteit ongeveer even belangrijk tijdens het vrijen. Mannen geven vaker aan dat seksuele opwinding voor hen het belangrijkst is. Vrouwen geven vaker aan dat dicht bij elkaar zijn het belangrijkste is. Dit blijft vrij constant tussen de 19 en 55 jaar. Mannen en vrouwen verschillen in de mate waarin ze plezier beleven aan seks: 83% van de mannen geniet vaak of altijd van seks, tegenover 67% van de vrouwen. De seksuele tevredenheid bij vrouwen neemt tijdens de zwangerschap af en deze blijft daarna ook lager dan in de periode voor de zwangerschap. Over de seksuele satisfactie van mannen tijdens en na de zwangerschap van hun vrouw is veel minder bekend.

  • Reproductieve gezondheid

    In deze levensfase is het anticonceptiegebruik lager, omdat 15% van de vrouwen zwanger is of wil worden. De pil wordt nog steeds het meest gebruikt, maar vanaf 35 jaar ook steeds vaker spiraal, condoom of sterilisatie (vooral van de man). Bij een onbedoelde zwangerschap kiezen vrouwen nu minder vaak voor een abortus. In 2009 was de vader gemiddeld 32,4 jaar en de moeder gemiddeld 29,4 jaar bij de geboorte van het eerste kind. Vanaf 30 jaar duurt het langer om zwanger te worden en daalt de kans dat het lukt aanzienlijk. Ook is de kans op een meerling groter wanneer de vrouw ouder is. Van de vrouwen die voor de eerste keer zwanger willen worden zoekt 20% medische hulp en ondergaat 10% een behandeling.

  • Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

    Vergeleken met de voorgaande levensfase is de laatste sekspartner nu vaker iemand met wie men een vaste relatie heeft. 1 op de 6 mannen en 1 op de 10 vrouwen had geen relatie met de laatste sekspartner. Hierbij gebruikte bijna de helft geen condoom, vrouwen vaker niet dan mannen. 1 op de 8 mannen en 1 op de 7 vrouwen uit deze leeftijdsgroep liet zich het afgelopen jaar testen op soa of hiv. In het eerste trimester van een zwangerschap worden vrouwen standaard gescreend op een aantal infectieziekten: syfilis, hepatitis B en hiv. In 2009 werd bij 0,05% van de onderzochte zwangere vrouwen hiv geconstateerd, 0,36% testte positief op hepatitis B en 0,20% op syfilis.

  • Seksueel geweld

    Minder vrouwen worden slachtoffer van seksueel geweld dan in de vorige leeftijdsgroep. 1,1% van de mannen en 1,6% van de vrouwen maakte het afgelopen jaar seksueel geweld mee. Huiselijk geweld in brede zin komt veel vaker voor. Naar schatting worden jaarlijks in Nederland 160.000 tot 200.000 personen slachtoffer van huiselijk geweld. Hiervan is ongeveer twee derde vrouw en een derde man. Van alle slachtoffers van huiselijk geweld is de helft tussen de 18 en 40 jaar. Driekwart van de gevallen van huiselijk geweld betreft (bedreiging met) lichamelijk geweld, in 8% van de gevallen gaat het om seksueel geweld.

  • Seksuele problemen

    Onder vrouwen van 25 tot en met 39 jaar komen orgasmeproblemen, problemen met de subjectieve opwinding en lubricatieproblemen het meeste voor. Dit is wel minder geworden dan in de vorige levensfase. Tijdens de zwangerschap zeggen meer vrouwen dat geslachtsgemeenschap pijnlijk is. Vrouwen die recent zijn bevallen hebben ook vaker seksuele problemen. Het gaat dan vooral om pijnklachten, zoals pijn aan het perineum of dyspareunie. Het risico hierop is vooral groot wanneer het perineum beschadigd is tijdens de bevalling. Onder mannen van 25 tot en met 39 jaar zijn seksuele problemen zeldzaam. Premature ejaculatie komt het meeste voor: bij 13% van de mannen van deze leeftijd.