seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

  • Samenvatting

    Vanaf 7 jaar kennen kinderen de sociale regels steeds beter. Schaamte doet dan ook zijn intrede. Je ziet dat kinderen eerder de wc-deur op slot doen of een handdoek om zich heen houden bij het omkleden. Kinderen zijn soms verliefd en een enkel kind heeft ‘verkering’. Dit gaat nog niet veel verder dan de afspraak dat je met elkaar gaat. Tussen het 10e en 12e jaar vinden al behoorlijk wat lichamelijke veranderingen plaats. Deze kunnen de nodige onzekerheid met zich mee brengen. Sommige kinderen zijn erg geïnteresseerd in alles wat met seks te maken heeft. Ze praten erover met hun vrienden en ouders. En ze gaan zelf op zoek naar informatie, plaatjes en filmpjes.

  • Biopsychosociale context

    Vanaf 6 jaar gaat de bijnier meer (zwakke) androgenen produceren. Er kan dan enig schaamhaar en okselhaar gaan groeien. Soms krijgt een kind al een wat volwassen transpiratiegeur. Het begin van de puberteit wordt voorafgegaan door een aantal hormonale processen. Die beginnen bij meisjes gemiddeld als ze 10,5 jaar zijn, en bij jongens met 11,3 jaar. Kinderen worden zich meer bewust van sociale waarden en normen. Rond het 11e jaar krijgen ze meer een gevoel van zelfredzaamheid en onaantastbaarheid. Internet begint ook een rol te spelen. In 2010 gingen Nederlandse kinderen gemiddeld met 8 jaar voor het eerst online. Ze lijken dat steeds jonger te gaan doen. Een minderheid van de oudere kinderen gebruikt internet ook om informatie over seks op te zoeken.

  • Lichaamsbeeld

    Kinderen worden zich bewust van de mening van anderen en gaan zichzelf met anderen vergelijken. Daardoor kunnen ze al vanaf een jaar of 6 ontevreden zijn over hun lichaam. In groep 6 (9 of 10 jaar) heeft 8% van de jongens en 14% van de meisjes een negatief zelfbeeld. Meisjes willen meestal dunner zijn, jongens groter. Een negatief lichaamsbeeld op deze leeftijd is een belangrijke voorspeller van latere ontevredenheid over het lichaam en eetproblemen. Bij kinderen met een chronische ziekte of beperking kan een afstandelijke lichaamsbeleving ontstaan. Dit komt doordat ze zich door de overdaad aan medisch-lichamelijke aandacht en functionele aanraking een soort object gaan voelen.

  • Genderidentiteit en genderrol

    Genderstereotiepe ideeën nemen in deze levensfase weer wat af. Kinderen weten nu ook beter dat een jongen ook een jongen kan zijn als hij zich niet volgens de genderrol gedraagt. Bewustzijn van genderrollen wordt nu meer geïntegreerd in de persoonlijkheid (“ik vind dit leuk omdat ik een meisje ben”). De voorkeur voor speelkameraadjes van hetzelfde geslacht wordt wel steeds sterker.

  • Genderdysforie

    Jaarlijks komen ongeveer 40 kinderen tussen 4 en 12 jaar naar het centrum voor genderdysforie. Dit zijn 3 keer zoveel jongens als meisjes. Bij de meeste genderdysfore kinderen verdwijnt de onvrede over het biologische geslacht voor het begin van de puberteit. Het advies is daarom om het wisselen van geslachtsrol zo mogelijk uit te stellen tot duidelijk is of de genderdysforie blijvend is. Denk daarbij aan het veranderen van de naam of het dragen van kleding van de andere sekse. Bij blijvend genderdysfore kinderen neemt de onvrede met het eigen lichaam in deze leeftijdsfase juist toe door de (geanticipeerde) lichamelijke veranderingen van de puberteit.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    Vanaf een jaar of 8 kunnen vrijwel alle kinderen beschrijven hoe het voelt om verliefd te zijn. Aan het eind van deze levensfase zijn de meeste kinderen wel eens verliefd geweest. Sommige kinderen hebben dan ook ‘verkering’, meestal met iemand uit de klas. Deze relatie bestaat vaak alleen uit het bij elkaar staan in de pauze of met een groep vrienden rondhangen. Er is nauwelijks lichamelijk contact, ook geen handen vasthouden of zoenen. Ze brengen ook zelden tijd met elkaar door zonder anderen erbij. Jongeren die zich aangetrokken voelen tot hun eigen seksegenoten kunnen zich al bewust worden van deze gevoelens.

  • Interesse en verlangens

    In deze leeftijdsfase gaan kinderen steeds meer vragen stellen over seksualiteit. Vanaf 7 jaar gaan ze begrijpen dat geslachtsdelen ook een seksuele functie hebben. De meerderheid van de 7- en 8-jarigen weet dat je geslachtsgemeenschap moet hebben om zwanger te worden. Vanaf 9 jaar weten kinderen vaak wel dat je ook om andere redenen seks kunt hebben. De meesten weten ook dat je verkering kunt hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Vanaf een jaar of 10 neemt de interesse in seksualiteit toe. Maar niet alle kinderen zijn er evenveel mee bezig. Op deze leeftijd komen sommige kinderen ook (per ongeluk of expres) in contact met pornografische beelden. Tussen 11 en 13 jaar kunnen kinderen seksuele fantasieën krijgen.

  • Seksueel gedrag

    Ook in deze levensfase stimuleren kinderen hun geslachtsdelen. Zij kunnen dan soms ook een orgasme hebben. Kinderen van 6 jaar en ouder spelen nog steeds wel eens een seksueel (rollen)spel. Nieuwsgierigheid is hierbij de belangrijkste drijfveer. Meestal worden de geslachtsdelen alleen bekeken of aangeraakt. De meeste seksuele ervaringen met andere kinderen zijn vrijwillig. Meestal vinden deze contacten plaats met één ander kind. Die is relatief vaak van hetzelfde geslacht, omdat kinderen nou eenmaal meer met hun eigen seksegenoten spelen. Dat hoeft niet te betekenen dat een kind een homoseksuele oriëntatie zal ontwikkelen.

  • Wetgeving

    Seksuele contacten met kinderen onder de 12 jaar zijn strafbaar. Het is ook strafbaar om hun afbeeldingen te tonen die schadelijk kunnen zijn.