seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Conceptie t/m 5 jaar

  • Samenvatting

    Voor de geboorte ligt de biologische basis van sekse al vast. Vanaf de geboorte genieten kinderen van aanraken en knuffelen. De peuter- en kleuterperiode is echt een ontdekkingsfase. Peuters en kleuters ontdekken dat ze een jongetje of een meisje zijn en wat daarbij komt kijken. Ze ontdekken hun lichaam en dat van anderen: hoe het eruit ziet, aanvoelt, hoe geslachtsdelen heten en wat je ermee kunt. Ze willen van alles weten, bijvoorbeeld waar baby’s vandaan komen. En ze moeten zich verschillende sociaal-culturele regels nog eigen maken. Het komt daarom nogal eens voor dat ze hun geslachtsdelen laten zien of er in het openbaar aanzitten.

  • Biopsychosociale context

    De genetische basis van sekse wordt bij de bevruchting al gelegd. Vanaf 5 weken na de conceptie worden de mannelijke en vrouwelijke genitaliën gevormd. Voor pasgeboren baby's is aanraking en huid-op-huidcontact erg belangrijk. De motoriek is eerst reflexmatig. Vanaf 6 maanden wordt het handelen doelgerichter. De periode tussen 6 maanden en 4 jaar is belangrijk voor de ontwikkeling van hechting. Een kind kan zich veilig hechten als de ouders de behoeftes van het kind voldoende aanvoelen en vervullen. Dit kan doorwerken in latere partnerrelaties, maar wordt ook nog bijgesteld door latere ervaringen met vrienden en partners.

  • Lichaamsbeeld

    Vanaf een jaar of 2 kunnen peuters goed verschillende lichaamsdelen benoemen. Dat geldt ook voor de geslachtsdelen. Op deze leeftijd weten de meeste kinderen nog niet dat deze ook een seksuele functie hebben. Met de ontwikkeling van het zelfbeeld vanaf een jaar of 2 komt ook de ontwikkeling van het lichaamsbeeld op gang. Peuters en kleuters zijn zich nog niet zo bewust van sociale normen rondom uiterlijk of van hoe anderen hen zien. Daarom is ontevredenheid over het eigen uiterlijk op deze leeftijd erg ongebruikelijk.

  • Genderidentiteit en genderrol

    Vanaf 3 maanden gaan baby’s mannen- en vrouwenstemmen van elkaar onderscheiden. Een half jaar later kunnen ze ook het verschil zien tussen de gezichten van mannen en vrouwen. Rond 18 tot 24 maanden kunnen de meeste kinderen aangeven tot welk geslacht iemand behoort. Met 27 tot 30 maanden weten kinderen of ze zelf een jongen of een meisje zijn. Ze denken dan soms nog wel dat dit later kan veranderen. Kinderen die weten dat ze een jongen of meisje zijn, gaan zich ook meer volgens de eigen genderrol gedragen. Rond een jaar of 5 weten kinderen dat sekse een constant gegeven is. Ideeën over genderrollen zijn vaak erg rigide in deze levensfase, vooral bij kinderen van 5 en 6 jaar.

  • Genderdysforie

    Niet alle kinderen gaan zich op deze leeftijd steeds meer volgens de eigen sekserol gedragen. Sommige gedragen zich juist steeds meer gender atypisch. Bijvoorbeeld in voorkeur voor kleding, spel of vrienden. Wanneer een kind een sterk gevoel van onbehagen heeft over het eigen biologische geslacht, spreekt men van genderdysforie. Deze kinderen geven soms zelf aan dat ze zich niet als het geboortegeslacht voelen of dat ze liever van het andere geslacht willen zijn.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    Kleuters geven soms zelf al aan dat ze ‘verliefd’ zijn. Ouders beschrijven deze gevoelens van verliefdheid vaak als sterke genegenheid, of graag bij de ander in de buurt willen zijn.

  • Interesse en verlangens

    Vanaf 13 maanden tonen kinderen interesse in mannelijke geslachtsdelen. Wat later, vanaf 17 maanden, ook in vrouwelijke. Meestal zijn dat in eerste instantie die van de ouders. Vanaf een jaar of 2 gaan kinderen vragen stellen over aan seksualiteit gerelateerde onderwerpen. Bijvoorbeeld over de verschillen tussen jongens en meisjes, zwangerschap en geboorte. Een erg gedetailleerd antwoord begrijpen kinderen dan nog niet. De meeste kinderen van deze leeftijd weten wel dat je een man en een vrouw nodig hebt om kinderen te maken. Maar ze weten vaak nog nauwelijks hoe dit dan precies in zijn werk gaat.

  • Seksueel gedrag

    Vanaf een maand of 6 raken jongens hun geslachtsdelen onwillekeurig aan. Meisjes doen dit vanaf een maand of 8. Later wordt het aanraken doelgerichter. Tussen 15 en 19 maanden gaan sommige kinderen de geslachtsdelen stimuleren. Bijvoorbeeld met de hand, door de bovenbeentjes tegen elkaar te drukken of door ergens tegenaan te wrijven. Met 3 jaar begint bij sommige kinderen de vieze-woorden-fase. Kinderen zeggen dan ineens vaak ‘poep’ of ‘piemel’. Meestal vooral voor de grap of om een reactie uit te lokken. Veel peuters laten ook hun eigen geslachtsdelen aan anderen zien. Soms doen ze spelletjes om hun lichaam te ontdekken, zoals 'doktertje spelen'.

  • Wetgeving

    Seksuele contacten met kinderen onder de 12 jaar zijn strafbaar. Net als het tonen van afbeeldingen die schadelijk kunnen zijn. Elke vorm van meisjesbesnijdenis is strafbaar als vorm van mishandeling.