seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Biopsychosociale context

  • Samenvatting

    Vanaf de geboorte, is aanraken en knuffelen erg belangrijk voor de baby. De periode tussen 6 maanden en 4 jaar is belangrijk voor de ontwikkeling van hechting. Vanaf een jaar of 6 worden kinderen zich bewust van sociale waarden en normen. In de puberteit verandert het lichaam enorm. Jongeren gaan veel uit, en gebruiken daarbij vaak alcohol en/of drugs. Tot een jaar of 25 ontdekken ze verschillende partners en samenlevingsvormen. Daarna krijgen de meeste mensen een vaste partner. De fase van 25-39 jaar staat voor veel mensen in het teken van kinderen krijgen en opvoeden. Tussen de 40 en 54 jaar hebben de meeste mensen nog steeds een vaste partner, maar vinden ook de meeste scheidingen plaats. Bij vrouwen begint de menopauze gemiddeld op de leeftijd van 51,5 jaar. Bij mannen is er vanaf een jaar of 60 duidelijk minder vrij testosteron aanwezig. Veel chronische ziekten, zoals kanker en diabetes, doen hun intrede tussen de 55 en 75 jaar. Dit kan een negatief effect hebben op seksueel functioneren en seksueel welzijn. In de vierde levensfase verliezen veel mensen hun partner, maar ook andere dierbaren. De lichamelijke gezondheid gaat dan nog verder achteruit.

  • Conceptie t/m 5 jaar

    De genetische basis van sekse wordt bij de bevruchting al gelegd. Vanaf 5 weken na de conceptie worden de mannelijke en vrouwelijke genitaliën gevormd. Voor pasgeboren baby's is aanraking en huid-op-huidcontact erg belangrijk. De motoriek is eerst reflexmatig. Vanaf 6 maanden wordt het handelen doelgerichter. De periode tussen 6 maanden en 4 jaar is belangrijk voor de ontwikkeling van hechting. Een kind kan zich veilig hechten als de ouders de behoeftes van het kind voldoende aanvoelen en vervullen. Dit kan doorwerken in latere partnerrelaties, maar wordt ook nog bijgesteld door latere ervaringen met vrienden en partners.

  • Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

    Vanaf 6 jaar gaat de bijnier meer (zwakke) androgenen produceren. Er kan dan enig schaamhaar en okselhaar gaan groeien. Soms krijgt een kind al een wat volwassen transpiratiegeur. Het begin van de puberteit wordt voorafgegaan door een aantal hormonale processen. Die beginnen bij meisjes gemiddeld als ze 10,5 jaar zijn, en bij jongens met 11,3 jaar. Kinderen worden zich meer bewust van sociale waarden en normen. Rond het 11e jaar krijgen ze meer een gevoel van zelfredzaamheid en onaantastbaarheid. Internet begint ook een rol te spelen. In 2010 gingen Nederlandse kinderen gemiddeld met 8 jaar voor het eerst online. Ze lijken dat steeds jonger te gaan doen. Een minderheid van de oudere kinderen gebruikt internet ook om informatie over seks op te zoeken.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    Het lichaam verandert enorm in de puberteit. Jongens en meisjes krijgen schaamhaar en okselhaar, jongens ook borst- en gezichtshaar. Borsten, schaamlippen, clitoris, testis en penis groeien. Bij jongens vindt de eerste ejaculatie plaats, door masturbatie of tijdens de slaap. Meisjes worden gemiddeld met 13,1 jaar voor het eerst ongesteld. Jongeren krijgen meer behoefte aan autonomie en ouders verwachten dat ze meer zelf doen. Dat levert ook conflicten op. Vroeg-adolescenten zijn erg gevoelig voor afwijzing en kritiek. Dat maakt hen ook kwetsbaar voor druk vanuit de vriendengroep. Vrijwel alle 12- tot 14-jarigen zijn online en de meesten hebben een eigen profiel op een sociale netwerksite.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    Het lichaam blijft veranderen na de puberteit. Meisjes groeien door tot 17 jaar en jongens tot 19 jaar. Aan het begin van deze levensfase gedragen jongeren zich nog heel sociaal wenselijk. Ze zijn erg gevoelig voor kritiek en afwijzing. Dit neemt pas vanaf 17 of 18 jaar af. Jongeren krijgen dan meer inzicht in wie ze zijn en gaan anderen beter begrijpen. Het losmakingsproces van de ouders gaat door in deze levensfase. Leeftijdsgenoten blijven een even grote rol spelen. Een eventuele vaste partner wordt steeds belangrijker, bijvoorbeeld als bron voor sociale steun. Uitgaan wordt voor veel jongeren een belangrijk onderdeel van hun sociale leven. Veel jongeren gebruiken daarbij alcohol en/of drugs.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    Op deze leeftijd ontstaat langzamerhand een gevoel van verantwoordelijkheid voor het eigen doen en laten. Aan het eind van deze levensfase is de prefrontale cortex beter ontwikkeld. Hierdoor hebben laat-adolescenten beter zicht op de risico’s van bepaald gedrag. Jongeren zijn in deze levensfase min of meer onafhankelijk van hun ouders en hebben vaak nog maar weinig verantwoordelijkheden. Deze fase staat dan ook in het teken van het ontdekken van verschillende partners en samenlevingsvormen. In deze levensfase beginnen veel mensen ook aan hun eerste echte baan. Laat-adolescenten gaan nog steeds veel uit en het middelengebruik is hoog.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    Op deze leeftijd hebben de meeste mensen een vaste partner. Aan het eind van deze levensfase wonen de meesten daar ook mee samen. Deze fase staat voor veel mensen in het teken van kinderen krijgen en opvoeden. Ruim twee derde van de 35- tot 40-jarigen draagt de verantwoordelijkheid voor een of meer kinderen. Tijdens de zwangerschap, bevalling en periode erna ondergaat het lichaam van de vrouw enorme veranderingen. Zwangerschap en de zorg voor jonge kinderen brengen ook psychologische en sociale veranderingen met zich mee. De eerste periode is vaak zwaar. Daarna vinden ouders meestal een nieuw ritme en wennen zij aan het ouderschap.

  • Midlife (40 tot en met 54 jaar)

    Bij vrouwen begint de menopauze gemiddeld op de leeftijd van 51,5 jaar. Tijdens de overgang wordt het vaginaslijmvlies dunner en kwetsbaarder. Daarnaast kunnen vrouwen last hebben van opvliegers, slaapproblemen en incontinentie. Bij mannen vermindert de productie van testosteron en blijft er minder vrij testosteron over. De meeste mensen hebben in deze levensfase een partner en kinderen. Bij veel mensen gaan de kinderen al het huis uit. Ook vinden in deze levensfase de meeste scheidingen plaats. Ongeveer een derde van alle huwelijken eindigt in een echtscheiding. Mannen zijn gemiddeld 45 bij een echtscheiding, vrouwen gemiddeld 42. In 2003 had 17% van de vrouwen tussen de 43 en 47 jaar geen kinderen.

  • Derde levensfase (55 tot en met 74 jaar)

    In de derde levensfase zijn mensen doorgaans nog redelijk gezond en maatschappelijk actief. Mensen die nu met pensioen gaan, verkeren in een betere lichamelijke en sociale conditie dan de generaties voor hen. Ze zijn hoger opgeleid en hebben hun zaken ook financieel vaak beter voor elkaar. In deze levensfase krijgen mensen meer tijd voor zichzelf. De kinderen zijn meestal het huis uit en de arbeidsparticipatie loopt terug. De meeste ouderen van 55 tot 75 jaar wonen nog samen met een partner, maar vooral bij vrouwen wordt dat al wel minder. Veel chronische ziekten, zoals kanker en diabetes, doen hun intrede tussen de 55 en 75 jaar. Dit kan een negatief effect hebben op seksueel functioneren en seksueel welzijn.

  • Vierde levensfase (75 jaar en ouder)

    De vierde levensfase gaat gepaard met verliezen. Van de partner en andere dierbaren, status, macht en/of lichamelijke gezondheid. Chronische ziektes en medicijnen kunnen een negatieve invloed hebben op het seksuele leven. Net als operaties, gewrichtsslijtage en eventuele prothesen. Een minderheid van de 75-plussers woont in een verzorgings- of verpleegtehuis. Daar krijgt men te maken met regels en afspraken die in het desbetreffende tehuis gelden. Ook praktische factoren en een gebrek aan privacy kunnen bepalend zijn voor de mogelijkheden tot intimiteit en seksualiteit. Partners die een verschillende mate van zorg- of verpleegbehoefte hebben wonen vaak niet meer samen.