seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Genderidentiteit en genderrol

  • Vanaf 3 tot 4 maanden weten baby's al dat mannen- en vrouwenstemmen verschillend zijn. Rond 18 tot 24 maanden kunnen de meeste kinderen aangeven tot welk geslacht iemand behoort. Met 27 tot 30 maanden weten kinderen of ze zelf een jongen of een meisje zijn. Ze gaan zich ook meer volgens de eigen genderrol gedragen. Vooral bij kinderen van 5 en 6 jaar zijn ideeën over genderrollen vaak erg rigide. Daarna neemt dat weer wat af. De voorkeur voor speelkameraadjes van hetzelfde geslacht wordt wel steeds sterker. Vanaf een jaar of 12 neemt de sociale druk toe om aan genderspecifieke normen te voldoen. Deze normen worden ook steeds meer op seksuele relaties toegepast. Meisjes horen zich afwachtend op te stellen en waar nodig grenzen aan te geven. Van jongens wordt juist verwacht dat ze altijd zin hebben en het initiatief nemen tot seksuele contacten. Zwangerschap, bevallen en de overgang naar ouderschap hebben een andere betekenis voor mannen dan voor vrouwen. Mannen kunnen zich buitengesloten voelen in dit proces. Het moederschap lijkt voor vrouwen meer verweven te zijn met hun identiteit als vrouw.

  • Conceptie t/m 5 jaar

    Vanaf 3 maanden gaan baby’s mannen- en vrouwenstemmen van elkaar onderscheiden. Een half jaar later kunnen ze ook het verschil zien tussen de gezichten van mannen en vrouwen. Rond 18 tot 24 maanden kunnen de meeste kinderen aangeven tot welk geslacht iemand behoort. Met 27 tot 30 maanden weten kinderen of ze zelf een jongen of een meisje zijn. Ze denken dan soms nog wel dat dit later kan veranderen. Kinderen die weten dat ze een jongen of meisje zijn, gaan zich ook meer volgens de eigen genderrol gedragen. Rond een jaar of 5 weten kinderen dat sekse een constant gegeven is. Ideeën over genderrollen zijn vaak erg rigide in deze levensfase, vooral bij kinderen van 5 en 6 jaar.

  • Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

    Genderstereotiepe ideeën nemen in deze levensfase weer wat af. Kinderen weten nu ook beter dat een jongen ook een jongen kan zijn als hij zich niet volgens de genderrol gedraagt. Bewustzijn van genderrollen wordt nu meer geïntegreerd in de persoonlijkheid (“ik vind dit leuk omdat ik een meisje ben”). De voorkeur voor speelkameraadjes van hetzelfde geslacht wordt wel steeds sterker.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    Jongeren zijn cognitief prima in staat om te begrijpen dat een jongen die zich ‘meisjesachtig’ gedraagt wel een jongen is. Toch neemt in deze levensfase de sociale druk om aan genderspecifieke normen te voldoen toe. Deze normen worden ook steeds meer op seksuele relaties toegepast. Meisjes horen zich afwachtend op te stellen en waar nodig grenzen aan te geven. Van jongens wordt juist verwacht dat ze altijd zin hebben en het initiatief nemen tot seksuele contacten. Deze verwachtingen belemmeren zowel jongens en meisjes in het maken van vrije keuzes. Voor jongens is het lastiger om grenzen aan te geven. Meisjes zijn zich vaak juist nauwelijks bewust van de eigen wensen.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    Voor mannen en vrouwen bestaan andere normen en verwachtingen op seksueel gebied. Er is sprake van een dubbele moraal: meisjes die 'te makkelijk' overgaan tot seks kunnen op afkeuring rekenen, voor jongens is het juist statusverhogend om veel seksuele ervaring te hebben. Van jongens wordt verwacht dat ze altijd zin hebben en dat ze het initiatief nemen op het gebied van versieren en seks. Hierdoor zijn ze zich nauwelijks bewust van hun eigen grenzen. De druk om seks te hebben is in sommige groepen jongens behoorlijk groot. Van meisjes wordt juist verwacht dat zij de grenzen aangeven. Zij zijn vaak zo sterk bezig met het bewaken van grenzen, dat ze onvoldoende toekomen aan hun eigen wensen.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    Zwangerschap, bevallen en de overgang naar ouderschap hebben een andere betekenis voor mannen dan voor vrouwen. De baby groeit in de buik van de moeder en zij brengt het kind ter wereld. Mannen kunnen zich buitengesloten voelen in dit proces. Zij kunnen zich ook machteloos voelen als ze zien dat hun vrouw pijn heeft bij de bevalling. Het moederschap lijkt voor vrouwen meer verweven te zijn met hun identiteit als vrouw. Zij verliezen daardoor meer hun oude identiteit bij de overgang naar ouderschap dan mannen. Het kan ongeveer een jaar duren voordat vrouwen het moederschap in hun identiteit hebben opgenomen en voordat ze weer het gevoel hebben controle te hebben over hun lichaam en leven.