Zoeken

Zorgen en misvattingen

Over anticonceptie en over abortus gaat veel informatie rond: op social media, op websites en van mond tot mond. Die informatie is lang niet altijd juist, maar mythes en misvattingen kunnen hardnekkig zijn. Er leven daardoor veel onterechte zorgen en onjuiste ideeën over (hormonale) anticonceptie en abortus. Ook wordt het risico op zwangerschap soms te laag ingeschat.

In dit document staan de meest voorkomende misvattingen en zorgen die professionals in de praktijk horen. Klik op de misvatting/zorg en zie welke betrouwbare informatie je kunt geven, gebaseerd op het meest recente wetenschappelijk onderzoek.

We spreken voor het gemak over vrouwen en mannen, en bedoelen daarmee iedereen met een baarmoeder respectievelijk penis.

Risico op zwangerschap

Sommige vrouwen schatten het risico op zwangerschap laag in. Ze hebben al meerdere keren onveilige penis-in-vagina seks gehad en zijn niet zwanger geraakt. Dat wil niet zeggen dat ze niet vruchtbaar zijn. Vooral jonge vrouwen en mannen zijn vaak nog heel vruchtbaar. Met de leeftijd neemt de vruchtbaarheid af. Hoe vaker een vrouw onbeschermde seks heeft, hoe groter de kans dat ze een keer zwanger raakt als ze vruchtbaar is.

Met de leeftijd neemt de vruchtbaarheid af. Maar dat betekent niet dat een vrouw niet meer zwanger kan worden. Zelfs wanneer een vrouw in de overgang is, betekent dit niet dat ze altijd onvruchtbaar is.

De vruchtbare dagen zijn niet altijd nauwkeurig te berekenen. Het risico op een zwangerschap is daardoor groot.

Er zijn maar weinig vrouwen bij wie de cyclus elke maand precies even lang duurt. Ook bij een regelmatige cyclus kan het moment van de ovulatie variëren. Verschillende factoren, waaronder stress, medicatie en ziekte, kunnen invloed hebben op de hormonen, op de ovulatie, de menstruatie, en dus ook op de cyclusduur.

Helaas biedt geen enkele anticonceptiemethode 100% zekerheid dat er geen zwangerschap optreedt. De betrouwbaarheid hangt ook samen met juist en consequent gebruik.

Kortwerkende methoden zijn gevoeliger voor gebruikersfouten. De pil is heel betrouwbaar, maar kan makkelijk een keer worden vergeten. Daarom is de betrouwbaarheid van de pil in de praktijk lager dan bijvoorbeeld van een spiraaltje of een hormoonstaafje, die een aantal jaren hun werk doen. Een koperspiraal werkt zelfs tot 10 jaar en is erg betrouwbaar. Het koper maakt zaadcellen inactief en de baarmoeder ongeschikt voor innesteling.

Barrièremethoden (het mannencondoom, vrouwencondoom en pessarium) vereisen ook een goed gebruik. Een condoom kan scheuren en een pessarium moet de baarmoedermond goed afsluiten en ingesmeerd worden met een zaaddodende gel.

Feit is dat 2 op de 3 abortuscliënten wél anticonceptie gebruikten voorafgaand aan de ongewenste zwangerschap, maar blijkbaar ging er iets mis. Meestal was de pil vergeten of het condoom gescheurd of vroegtijdig afgegleden.

Het kan spontaan of ongepland tot seks komen, ook zonder relatie, of als een relatie is beëindigd. Het kan een risico zijn om je niet bezig te houden met anticonceptie als je niet in een relatie zit of (nog) niet seksueel actief bent. Het is dus verstandig om voorbereid te zijn en tijdig anticonceptie te regelen of altijd een condoom bij de hand te hebben.

Dat is niet het geval, niet alle vrouwen zijn goed voorbereid op seks en hebben op tijd anticonceptie geregeld. Ook kan het zijn dat een vrouw redenen heeft om géén anticonceptie te gebruiken. Bovendien wil het feit dat een vrouw anticonceptie gebruikt, niet per se zeggen dat zij deze ook goed en consequent gebruikt.

Er zijn vrouwen die geen hormonen willen gebruiken en kiezen voor natuurlijke methoden. Zij bepalen de dagen waarop zij mogelijk vruchtbaar zijn aan de hand van hun lichaamstemperatuur en soms andere kenmerken. Op de vruchtbare dagen hebben zij dan geen seks of gebruiken een barrièremiddel als een condoom of een pessarium. Omdat de vruchtbare dagen vaak niet nauwkeurig te voorspellen zijn, is dit geen betrouwbare methode.

Anticonceptie algemeen

De hormonen in anticonceptie zijn niet slecht voor de gezondheid, omdat het (kunstmatige) versies zijn van de hormonen die het lichaam zelf ook aanmaakt. Dit betekent niet dat het lichaam ‘extra’ hormonen binnen krijgt. De eigen hormoonproductie wordt geremd en vervangen door de hormonen in de anticonceptie. Hierdoor is de hormoonspiegel constant en zijn er geen pieken en dalen in het hormoon oestrogeen en progesteron. Dit voorkomt dat het lichaam zich klaarmaakt voor een bevruchting.

Progestageen
In hormonale anticonceptie zit in ieder geval een kunstmatige vorm van het hormoon progesteron: progestageen. Doordat het progesteronniveau hiermee constant hoog is, wordt het slijm in de baarmoederhals moeilijk doordringbaar voor zaadcellen en wordt de opbouw van het slijm in de baarmoeder geremd. Een eventueel bevrucht eitje kan zich daardoor niet innestelen. Dit is precies wat progesteron ook doet tijdens een zwangerschap. In sommige methodes met progesteron wordt ook geen eitje rijp.

Oestrogeen
In een combinatiepreparaat (pil, anticonceptiering en anticonceptiepleister) zit naast progestageen ook oestrogeen. Dit hormoon zorgt voor het opbouwen van het slijmvlies en het progesteron houdt dit opgebouwde slijmvlies vast. In de stopweek van de pil, de ring en de pleister dalen beide hormoonspiegels en wordt het opgebouwde slijmvlies los gelaten; dit is de ‘onttrekkingsbloeding’. Deze bloeding is niet nodig om de baarmoeder ‘schoon’ te maken, maar het voorkomt spontane bloedingen zoals die kunnen optreden bij middelen met alleen progestageen. De stopweek, en daarmee de bloeding, kan ook worden overgeslagen. Dit kan geen kwaad, en vergroot zelfs de betrouwbaarheid van de methode. Het overslaan of verkorten van de stopweek helpt ook tegen eventuele stemmingswisselingen als vrouwen daar last van hebben. Bij non-stop gebruik van de pil, ring en pleister kunnen er op een gegeven moment wel doorbraakbloedingen optreden.

Tijdelijk bijwerkingen
Soms moet het lichaam even wennen aan de nieuwe hormoonbalans na het starten met hormonale anticonceptie, en treden daardoor tijdelijk bijwerkingen op. Het hangt ervan af hoe gevoelig iemand hiervoor is.

Positieve of negatieve effecten
Hormonale anticonceptiemethoden zijn uitgebreid getest voordat ze op de markt kwamen. Over de psychologische effecten is echter nog weinig bekend. De hormonen in anticonceptie hebben niet alleen invloed op de baarmoeder, maar ook op het brein. Er zijn verschillende studies die laten zien dat de hormonen oestrogeen en progestageen in de pil invloed hebben op sociaal-emotionele functies als angst, stress, plezier, depressie, het herkennen van emoties, zin in seks en partnervoorkeur.[i] Dat geldt ook voor de lichaamseigen hormonen oestrogeen en progesteron. Er is meer onderzoek nodig om te weten wat de invloed van deze hormonen in verschillende anticonceptiemiddelen precies is, en bij welke gebruikers.

Het kan zijn dat iemand zich minder goed voelt door het gebruik van hormonale anticonceptie, of zich er juist beter door voelt. In een natuurlijke menstruatiecyclus fluctueren de hormonen. Sommigen hebben daardoor premenstruele of andere hormonale klachten. Door het gebruik van hormonale anticonceptie zijn er geen schommelingen in de cyclus, waardoor er minder last kan worden ervaren van stemmingswisselingen of andere hormonale klachten.

Bijwerkingen op korte en lange termijn en klachten bij het gebruik van anticonceptiemethoden worden gemonitord door Bijwerkingencentrum Lareb.

Depressieve klachten
1-10% van de vrouwen die hormonale anticonceptiva gebruiken zouden daarvan depressieve klachten of stemmingswisselingen ervaren.[ii] Een verband tussen de pil en depressie wordt in sommige onderzoeken gevonden, maar dat de pil de oorzaak is van depressie, is niet aangetoond. Andere onderzoeken laten geen verband zien, dus de conclusies uit verschillende onderzoeken zijn niet consistent.

Er spelen veel factoren een rol bij het ontstaan van depressieve gevoelens en depressie. Bovendien verschillen de doseringen en typen hormonen in de verschillende anticonceptiemiddelen en tussen verschillende anticonceptiepillen. Er valt echter niet uit te sluiten dat hormonale anticonceptie kan bijdragen aan sombere gevoelens of depressie, vooral in de maanden na het starten met de anticonceptie, in de eerste jaren van gebruik en bij adolescenten (15-19 jaar).[iii]  De meeste vrouwen ervaren echter geen stemmingsproblemen bij het gebruik van hormonale anticonceptie.

Libido
Minder zin in seks is voor minder dan 1% van de vrouwen een bijwerking van de pil, ring of pleister. Dat geldt voor 1-10% van de vrouwen die methodes met alleen progestageen gebruiken.[iv] Onderzoek toont niet aan dat hormonale anticonceptie zorgt voor minder zin in seks. De kwaliteit van het onderzoek is echter laag.[v] Wel is duidelijk dat de productie van testosteron door de hormonen in de pil naar beneden gaat. Voldoende testosteron is nodig om seksueel geprikkeld te kunnen raken.  Je ziet dit effect met name met de nieuwere generatie combinatiepillen. Bij middelen met alleen het hormoon progestageen komt dit minder voor, want deze hebben vaak een androgeen (libidoverhogend) effect. Echter, zin in seks is van veel factoren afhankelijk. Bovendien kan anticonceptiegebruik ook juist een positieve invloed hebben op zin in seks, omdat er geen zorgen en remmingen zijn uit angst voor zwangerschap.

Lichamelijke gezondheidsrisico’s zijn klein
De lichamelijke gezondheidsrisico’s van anticonceptie met hormonen zijn heel klein. Daarentegen kan hormonale anticonceptie ook beschermende effecten hebben voor bepaalde ernstige aandoeningen.

Trombose
Afhankelijk van het type oestrogeen en progestageen in een anticonceptiemiddel is er een iets groter risico op trombose en hart- en vaatziekten (vooral boven de 30 jaar, bij overgewicht en in combinatie met roken). Er is een risicotoename op trombose van ongeveer 0,3 naar 0,7 van de 1.000 vrouwen bij gebruik van de pil met 30 microgram ethinylestradiol en 150 microgram levonorgestrel (1e keuze combinatiepil).[vi] Het risico op trombose is waarschijnlijk afhankelijk van het type progestageen en de oestrogeendosering, maar er zijn veel meer gegevens over de invloed van levonorgestrel dan over de invloed van de overige progestagenen.[vii] Tijdens een zwangerschap of door roken is het risico op trombose groter dan door gebruik van de pil. Er zijn aanwijzingen dat de ring en de pleister een iets hoger risico geven op trombose.[viii] Ook de prikpil geeft mogelijk een iets verhoogd risico op trombose.[ix]

Borstkanker
Er is geen onomstotelijk bewijs dat de pil of andere hormonale anticonceptie het risico op borstkanker verhoogt. De grootste en langst lopende studie in de het Verenigd Koninkrijk liet geen verhoogde kans zien.[x] Er zijn echter ook onderzoeken die wel een licht verhoogd risico laten zien van combinatiepreparaten op borstkanker.[xi] Ander onderzoek laat zien dat er alleen een licht verhoogd risico is onder huidige gebruikers, en dat dit risico 5 jaar na het stoppen verdwenen is.[xii] Er is veel minder bekend, en dus onzekerheid, over het risico op ernstige bijwerkingen door methodes met alleen progestageen. Er zijn enerzijds zwakke aanwijzingen dat het hormoonspiraal het risico op borstkanker iets kan verhogen, terwijl ander onderzoek geen verhoogd risico laat zien van het hormoonspiraal op borstkanker.[xiii] Het NHG ziet geen reden om hormonale anticonceptie bij vrouwen tot 25 jaar die erfelijk belast zijn of waarbij borstkanker in de directe familielijn voorkomt, af te raden.[xiv]

Baarmoederhalskanker
Mogelijk geeft huidig of recent gebruik van combinatiepreparaten een verhoogd risico op baarmoederhalskanker.[xv] Daarentegen geven anticonceptiemiddelen met oestrogeen juist minder kans op eierstokkanker[xvi], en mogelijk ook op baarmoederkanker en darmkanker[xvii].

Geen enkele anticonceptiemethode, behalve sterilisatie, geeft risico op onvruchtbaarheid. Anticonceptie met hormonen remt de natuurlijke cyclus zolang de anticonceptie wordt gebruikt. Daarvoor zorgt het hormoon progestageen in anticonceptie. Zodra met anticonceptie wordt gestopt, keert de normale menstruatiecyclus terug. Er wordt dan weer elke maand een eitje rijp en de baarmoeder wordt klaar gemaakt voor een mogelijke innesteling van een bevrucht eitje. Soms duurt het wat langer voordat de cyclus weer hersteld is. Bij de prikpil kan dit een half jaar tot een jaar duren. Soms wordt gedacht dat een spiraaltje onvruchtbaar kan maken. Ook dit is niet het geval; niet bij een hormoonspiraaltje en niet bij een koperspiraaltje.

De pil

Het is niet nodig om een stopweek te houden bij gebruik van een combinatiepreparaat. Door het hormoon progestageen in anticonceptie wordt er minder dik baarmoederslijm opgebouwd en in veel gevallen wordt er ook geen eitje rijp. Er hoeft daardoor ook niets ‘opgeruimd’ te worden. In de combinatiepil zit naast progestageen het hormoon oestrogeen. Dit hormoon zorgt voor een bloeding in de stopweek, die vaak met minder bloedverlies gepaard gaat dan een echte menstruatie. Door elke maand een stopweek te houden, voorkom je spontane, onverwachte bloedingen. Maar het is niet nodig om elke maand te bloeden.

Uit onderzoek blijkt dat de pil gedurende meerdere maanden tot zeker een jaar zonder stopweek doorgeslikt kan worden zonder dat dit schadelijk is. Voor de ring en de pleister is het advies in de bijlsluiter om deze niet langer dan 6 weken zonder stopweek te gebruiken. Na herhaaldelijk overslaan van de stopweek kunnen wel spontane bloedingen optreden. Dit is niet erg, maar kan vervelend zijn. Er kan dan eventueel een stopweek van maximaal 7 dagen worden ingelast.

De pil werkt alleen effectief als het lichaam elke dag een bepaalde dosis hormonen krijgt en zo een bepaald hormoonniveau houdt. Het is belangrijk om de pil elke dag op een vast tijdstip in te nemen. Een enkele keer de pil slikken werkt niet. Er mag niet meer dan 36 uur tussen 2 pillen zitten (dus maximaal 12 uur later dan de laatste pil de vorige dag).

Als de pil niet elke dag wordt geslikt rond een vast tijdstip, kan het zijn dat het rijpen van een eitje onvoldoende onderdrukt wordt. Hoe meer pillen vergeten zijn, hoe groter het risico. Het grootste risico is te laat beginnen met de eerste pil van de strip. De stopweek mag maximaal 7 dagen duren. Verder is het risico groter in de eerste en in de derde week van de pilstrip, en als er meer dan 1 pil vergeten is. Er is een handige Hulp bij pil vergeten. Deze online tool geeft ook aan of een morning-afterpil verstandig is en hoe iemand de rest van de cyclus beschermd kan zijn tegen zwangerschap.

Het hormoon oestrogeen in combinatiepreparaten (pil, ring, pleister) kan tijdelijk zorgen voor meer eetlust of vocht vasthouden, waardoor iemand kan aankomen in gewicht. Dit wordt vaker gezien bij de oudere 1e en 2e generatiepillen, en bij pillen met een hogere dosering oestrogeen. Meestal treedt dit op na het starten met anticonceptie en gaat dit over. Er is niet bewezen dat de pil, de ring en de pleister leiden tot blijvende gewichtstoename.[xviii] Bij de prikpil zijn er wel aanwijzingen dat een gewichtstoename van enkele kilo’s kan optreden.[xix] Voor andere methodes met alleen progestageen is dit onzeker.[xx] 1 tot 10% van de vrouwen meldt gewichtstoename door gebruik van hormonale anticonceptie.[xxi]

Sommigen ervaren depressieve gevoelens als ze net begonnen zijn met de pil. Dit kan komen doordat het lichaam moet wennen aan de extra hormonen, en meestal gaat dit ook weer over. Jonge adolescenten hebben soms wat meer last van stemmingswisselingen, maar het is niet aangetoond dat dit door de pil wordt veroorzaakt.[xxii] Het is wel belangrijk om hier aandacht voor te hebben bij de start van anticonceptie, en eventueel te kijken naar een ander alternatief als depressieve of sombere gevoelens aanhouden.

Zie ook Anticonceptie algemeen: ‘Hormonen zijn schadelijk voor je gezondheid’.

Onderzoek toont niet aan dat hormonale anticonceptie leidt tot minder zin in seks. De kwaliteit van het onderzoek is echter laag.[xxiii] Zin in seks ontstaat niet spontaan, het is van veel factoren afhankelijk. Bijvoorbeeld de plek en het moment, bepaalde prikkels die zin in seks opwekken, de interactie of kwaliteit van de relatie met de partner en hoe iemand zich psychisch en lichamelijk voelt. Wanneer het lichaam moet wennen aan de hormonen in de pil, kan het zijn dat iemand tijdelijk minder zin heeft in seks. Daarnaast zorgen de hormonen in sommige anticonceptiemiddelen ervoor dat er minder testosteron wordt aangemaakt, met name bij de nieuwere generatie combinatiepillen. Voldoende testosteron is nodig om gevoelig te zijn voor seksuele prikkels. Het hangt ervan af hoeveel testosteron iemand normaal gesproken aanmaakt of de daling merkbaar is. Voor minder dan 1% van de vrouwen is minder zin in seks een bijwerking van de pil, ring of pleister. Dat geldt voor 1-10% van de vrouwen die methodes met alleen progestageen gebruiken.[xxiv]

Zie ook Anticonceptie algemeen: ‘Hormonen zijn schadelijk voor je gezondheid’.

Door gebruik van de combinatiepil is er inderdaad een iets verhoogd risico op trombose, maar dit moet wel in perspectief gezien worden. Er is een risicotoename op trombose van ongeveer 0,3 naar 0,7 van de 1.000 vrouwen bij gebruik van de pil met 30 microgram ethinylestradiol en 150 microgram levonorgestrel (1e keuze combinatiepil).[xxv] Het risico op trombose is waarschijnlijk afhankelijk van het type progestageen en de oestrogeendosering, maar er is veel meer bekend over de invloed van levonorgestrel dan over de invloed van de overige progestagenen.[ii] Tijdens een zwangerschap of door roken is het risico op trombose groter dan door gebruik van de pil.

Zie ook Anticonceptie algemeen: ‘Hormonen zijn schadelijk voor je gezondheid’.

Er is geen onomstotelijk bewijs dat de pil of andere hormonale anticonceptie het risico op borstkanker verhoogt. De grootste en langst lopende studie in de het Verenigd Koninkrijk liet geen verhoogde kans zien.[xxvii] Er zijn echter ook onderzoeken die wel een licht verhoogd risico laten zien van combinatiepreparaten op borstkanker.[xxviii] Ander onderzoek laat zien dat er alleen een licht verhoogd risico is onder huidige gebruikers, en dat dit risico 5 jaar na het stoppen verdwenen is.[xxix] Er is veel minder bekend, en dus onzekerheid, over het risico op ernstige bijwerkingen door methodes met alleen progestageen. Het NHG ziet geen reden om hormonale anticonceptie bij vrouwen tot 25 jaar die erfelijk belast zijn of waarbij borstkanker in de directe familielijn voorkomt, af te raden.[xxx]

Zie ook Anticonceptie algemeen: ‘Hormonen zijn schadelijk voor je gezondheid’.

Er zijn onderzoeken die zouden laten zien dat vrouwen die de pil gebruiken andere voorkeuren hebben voor een mannelijke partner dan vrouwen die niet aan de pil zijn. Vrouwen zouden voor en na gebruik van de pil andere gezichtskenmerken bij mannen aantrekkelijk vinden. Vrouwen aan de pil zouden hun partner minder aantrekkelijk vinden dan vrouwen die niet aan de pil zijn.[xxxi] Er is echter meer onderzoek nodig om dit te kunnen concluderen.

Minipil

De minipil is een pil met alleen het hormoon progestageen, en  is even betrouwbaar als de ‘gewone’ (combinatie)pil, waarin naast progestageen ook oestrogeen zit. Tegenwoordig wordt in plaats van ‘minipil’ ook de term ‘progestageen-alleen pil’ gebruikt. De huidige progestageen-alleen pil bevat een hogere dosis progestageen dan de vroegere ‘minipil’ (Exluton). Progestageen voorkomt onder andere dat er een eitje rijpt. Het oestrogeen in de gewone pil zorgt voor een geplande maandelijkse bloeding, maar dit maakt de pil niet betrouwbaarder dan de progestageen-alleen pil. Beiden moeten elke dag worden geslikt. Bij de progestageen-alleen pil is er geen stopweek, en ook geen maandelijkse bloeding. Er kan wel onverwachts bloedverlies optreden.

Vrouwen die borstvoeding geven, mogen geen anticonceptie met het hormoon oestrogeen gebruiken. Om na de bevalling beschermd te zijn tegen een nieuwe zwangerschap, kunnen vrouwen wel de minipil gebruiken. Deze kan ook veilig gebruikt worden bij borstvoeding. Maar niet alleen vrouwen die borstvoeding geven gebruiken de minipil. Ook voor vrouwen die om andere redenen geen oestrogeen willen of mogen gebruiken, kan de minipil geschikt zijn.

Spiraaltje

Het verschilt per persoon hoeveel pijn het inbrengen van een spiraaltje doet. Tijdens of vlak na de menstruatie gaat het plaatsen wat makkelijker, omdat dan de baarmoedermond wat open is. Het hangt er ook van af hoe ervaren de (huis)arts of zorgprofessional is in het plaatsen van een spiraaltje, of iemand ontspannen is en of er vooraf pijnstilling genomen is. Het helpt als de arts de patiënt op haar gemak stelt en uitlegt wat er gaat gebeuren. Maar de één heeft een hogere pijngrens dan de ander.

Met een klemmetje wordt de baarmoedermond vastgepakt en vaak wordt met een dun staafje de lengte van de baarmoeder gemeten. Dat kan kort pijnlijk zijn. Daarna wordt het spiraaltje in de baarmoeder geschoven, wat ook kort pijn kan doen. Het is niet overtuigend bewezen dat een kleiner spiraaltje of smallere inbrenghuls het plaatsen minder pijnlijk maakt.[xxxii] Het kan schelen als iemand als eens bevallen is, de pijnsensoren zijn dan minder snel aangeslagen.

Een spiraaltje is een kunststof staafje van een paar centimeter lang. Er zijn verschillende typen spiraaltjes met verschillende vormen en groottes. De meeste spiraaltjes hebben 2 ‘armpjes’, als een ankertje, maar er zijn ook een paar andere varianten. Er zit een inbrenghuls bij, waardoor een spiraaltje in de verpakking misschien groot lijkt.

Soms wordt een spiraaltje afgeraden voor jonge vrouwen die nog niet bevallen zijn, omdat het inbrengen dan per definitie pijnlijk zou zijn. Het verschilt echter per persoon hoeveel pijn het inbrengen van een spiraaltje doet. De één heeft een hogere pijngrens dan de ander. Het kan wel schelen als iemand als eens bevallen is, de pijnsensoren zijn dan minder snel aangeslagen.

Met een klemmetje wordt de baarmoedermond vastgepakt en vaak wordt met een dun staafje de lengte van de baarmoeder gemeten. Dat kan kort pijnlijk zijn. Daarna wordt het spiraaltje in de baarmoeder geschoven, wat ook kort pijn kan doen. Het is niet overtuigend bewezen dat een kleiner spiraaltje of spiraaltje met een smallere inbrenghuls het plaatsen minder pijnlijk zou maken.[xxxiii]

Een spiraaltje is niet te voelen als het goed geplaatst is. Na het plaatsen kunnen nog een paar uren tot dagen krampen optreden. Wanneer dit aanhoudt, is het spiraaltje mogelijk niet goed geplaatst of te groot voor de baarmoeder.

Een spiraaltje hoort geen pijn te veroorzaken tijdens of na de seks. Wanneer dit wel het geval is, is het spiraaltje niet goed geplaatst.

Een spiraaltje kan niet zomaar uit de baarmoeder ‘vallen’. Bij een heel klein percentage vrouwen is er een kans dat het lichaam het spiraaltje uitstoot. Dat gebeurt vaak dan tijdens een menstruatie, als de baarmoedermond geopend is. Bij het gebruik van menstruatiecups is er wel een risico dat het spiraaltje meegezogen wordt. Deze cup zuigt zich vacuüm, en voor het verwijderen moet daarom altijd eerst het vacuüm verbroken worden.

Nee, na het verwijderen van een spiraaltje is het weer mogelijk om zwanger te worden. Heel soms gaat er iets mis met het plaatsen van een spiraaltje en wordt de baarmoederwand geperforeerd. Dat gaat gepaard met aanhoudende buikpijn. Maar ook in dat geval leidt dit niet tot onvruchtbaarheid.

Het spiraaltje zelf zit in de baarmoeder, die is afgesloten, dus de man kan het spiraaltje niet voelen. Wel kan het zijn dat de man de draadjes voelt die uit de baarmoedermond steken om het spiraaltje ooit weer te kunnen verwijderen. Dat is soms het geval kort na de plaatsing, maar de draadjes vouwen zich een beetje weg na verloop van tijd. Als de man de draadjes blijft voelen en dit vervelend voor hem is, kunnen de draadjes door de huisarts of andere zorgprofessional korter geknipt worden.

Er zijn verschillende ideeën over wat ‘maagd zijn’ is. Als het gaat om het doorboren van een maagdenvlies, dan is dat een mythe. De vagina is niet afgesloten met een vlies, anders zou er ook geen menstruatiebloed uit kunnen vloeien. Het ‘vlies’ is een ribbelig randje weefsel aan het begin van de vagina. Een arts kan aan dit randje niet zien of er al een penis (of een spiraaltje) in de vagina is gegaan. Sommige vrouwen hebben helemaal geen randje.

Een spiraaltje voorkómt een zwangerschap, een spiraaltje breekt een zwangerschap niet af. Er zijn twee soorten spiraaltjes: met en zonder hormonen. Ze werken allebei verschillend. In het hormoonspiraaltje zit het hormoon progestageen, dat ervoor zorgt dat zaadcellen moeilijker door het baarmoederhalsslijm kunnen dringen en de baarmoeder ongeschikt wordt voor het innestelen van een eitje. Soms wordt er ook geen eitje rijp. Het koper in een koperspiraal verlamt de zaadcellen zodat ze inactief worden. Daarnaast maakt het koper de baarmoeder ongeschikt voor innesteling van een eventueel bevrucht eitje. Pas als een bevrucht eitje is ingenesteld begint de zwangerschap.

Er zit weinig verschil in de betrouwbaarheid van beide soorten spiraaltjes, ze zijn allebei heel betrouwbaar. Er zijn verschillende typen koper- en hormoonspiraaltjes. Een koperspiraaltje kan 5 of 10 jaar beschermen tegen een zwangerschap en een hormoonspiraaltje 5, 6 of 8 jaar. De duur van de werking is afhankelijk van het type spiraaltje.

Het kan zijn dat er met een koperspiraal wat meer of langer bloedverlies optreedt, maar dat hoeft niet. Het verschilt per persoon en ook per type koperspiraaltje.

Anticonceptiering

Het kan voorkomen dat de ring uit de vagina komt, maar dat is dan meestal omdat hij niet diep genoeg is ingebracht. Hij moet diep in de vagina worden ingebracht, waar hij zich vastklemt achter het schaambeen.

Het inbrengen van de ring gaat net als het inbrengen van een tampon. De ring moet wel zo diep mogelijk worden ingebracht, dan kan hij zich goed vastklemmen. Sommige vrouwen zijn minder vertrouwd met het aanraken van hun vagina of vinden dit vies.

Meestal voelt een man de ring niet bij het vrijen, maar het kan wel. Als hij dat vervelend vindt, mag de ring er tijdens het vrijen uitgehaald worden. Maar nooit langer dan 3 uur!

Hormoonstaafje

Een hormoonstaafje zit goed ingebed in het huidweefsel, dus kan niet gaan ‘zwerven’ door het lichaam. Een enkele keer komt het voor dat het staafje zich iets verplaatst heeft. Ook kan het ingekapseld raken door huidweefsel, waardoor het staafje niet meer goed te voelen is. Dit verandert niets aan de werking.

Een anticonceptiestaafje zit te diep onder de huid om zichtbaar te zijn, maar het is wel voelbaar door op de huid te drukken van de bovenarm. Ook komt er een klein littekentje op de plaats waar het staafje is ingebracht.

De plek waar het staafje geplaatst wordt (binnenkant bovenarm) wordt verdoofd met een injectie. Dit kan even pijnlijk zijn. Het plaatsen zelf doet daardoor geen pijn. Het kan wel zijn dat de prikplek naderhand nog wat pijnlijk is.

Prikpil

In de prikpil zit alleen progestageen, terwijl in de (combinatie)pil ook oestrogeen zit. Doordat er geen oestrogeen in de prikpil zit, is er geen maandelijkse bloeding. De prikpil is wel net zo betrouwbaar als de pil in het voorkomen van een zwangerschap, als elke 3 maanden een nieuwe prik wordt gehaald.

Er is geen risico op blijvende onvruchtbaarheid door gebruik van de prikpil. Wel kan het bij de prikpil lang duren, een half jaar tot een jaar, voordat de natuurlijke cyclus zich heeft hersteld na de laatste prik.

Mannencondoom

Bij goed gebruik is het condoom een betrouwbare anticonceptiemethode. Maar er kan makkelijk iets mis gaan. Het condoom kan afglijden tijdens de penetratie of tijdens het terugtrekken van de penis uit de vagina. Het kan ook scheuren, bijvoorbeeld als het tuitje niet is dichtgeknepen bij het afrollen, als te lang hetzelfde condoom is gebruikt zonder extra glijmiddel te gebruiken of door het gebruik van glijmiddel op oliebasis. En een condoom gebruiken dat over de houdbaarheidsdatum is, is ook niet veilig.

Integendeel: twee condooms over elkaar vergroot juist de kans op scheuren!

Het is juist heel belangrijk dat er geen lucht in het tuitje zit, door het topje met de vingers dicht te knijpen voor het afrollen van het condoom. Als er lucht in het topje zit, is er geen ruimte voor het sperma en kan het condoom knappen als er sperma bij komt.

Vrouwencondoom

Het inbrengen van een vrouwencondoom is niet moeilijk. De ring onderin het zakje moet worden samengeknepen en dan diep in de vagina worden gebracht. Zeker voor vrouwen die al ervaring hebben met het inbrengen van tampons en vertrouwd zijn met het aanraken van hun vagina, zal het gebruik van een vrouwencondoom geen probleem moeten zijn. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de buitenring niet in de vagina verdwijnt tijdens penetratie of terugtrekken van de penis. De buitenring moet de schaamlippen bedekken om te beschermen tegen soa’s.

Een vrouwencondoom moet na gebruik weg gegooid worden. Bij elke keer seks moet een nieuw condoom worden gebruikt.

Pessarium

Als het pessarium met zaaddodende gel op de juiste manier wordt gebruikt, is het een redelijk betrouwbaar anticonceptiemiddel. Deze moet wel helemaal ingesmeerd worden met een zaaddodende gel. Twee uur voor de seks moet het pessarium worden ingebracht in de vagina. Het vergt wat oefening om het pessarium goed in te brengen, zodat het de baarmoedermond goed afsluit. Vervolgens moet het pessarium tot minstens 6 uur na de zaadlozing blijven zitten, zodat de zaaddodende gel zijn werk kan doen.

Het is niet moeilijk om een pessarium goed in te brengen, maar het vergt wel even oefening. Het pessarium moet de baarmoedermond volledig afsluiten en de vingergreep moet goed in de holte achter het schaambeen zitten. Oudere modellen hebben geen vingergreep. In de gebruiksaanwijzing staat hoe het pessarium ingebracht moet worden en er zijn ook instructiefilmpjes op internet.

Een pessarium (merk Caya) is in een standaard maat te koop bij de apotheek of online.

Een pessarium is niet bedoeld om menstruatiebloed op te vangen, maar om te beschermen tegen een zwangerschap. Wel kan het prettig zijn om een pessarium te gebruiken bij seks tijdens de menstruatie, om de baarmoedermond af te sluiten van bloed.

Natuurlijke methoden

Periodieke onthouding, oftewel onbeschermde seks hebben op de onvruchtbare dagen en onthouding of gebruik van een condoom of pessarium op de vruchtbare dagen, is geen betrouwbare anticonceptiemethode. Het is namelijk moeilijk om de vruchtbare dagen nauwkeurig te voorspellen, zeker bij een onregelmatige cyclus. Het vergt bovendien veel discipline, een goede instructie en medewerking van de partner(s) om deze methode goed te gebruiken. Tijdens de vruchtbare dagen moet afgezien worden van seks of een barrièremiddel als een condoom of pessarium worden gebruikt.

Er zijn verschillende methoden om de vruchtbare dagen te bepalen (cyclus tracking): de kalendermethode, de temperatuurmethode, de Billings methode (beoordelen van het cervixslijm), het meten van de hormonen in de urine of een combinatie van methoden. Het bepalen van de vruchtbare dagen is niet eenvoudig. Hoe meer factoren worden gemeten (temperaturen, het bijhouden van de menstruatie, het bekijken van de vaginale afscheiding), hoe nauwkeuriger de vruchtbare dagen in te schatten zijn. Maar bepaalde factoren kunnen de metingen beïnvloeden, zoals stress, ziekte of medicijngebruik, maar ook slaaptekort of veel alcoholgebruik. De voorspelling van de vruchtbare dagen klopt dus niet altijd. De vruchtbare periode kan langer zijn dan misschien gedacht, doordat zaadcellen tot wel 5 dagen kunnen blijven leven in de baarmoeder.

De onderzoeken naar de effectiviteit van de verschillende natuurlijke methoden om zwangerschap te voorkomen, zijn van lage tot redelijke kwaliteit. De resultaten in de studies zijn bovendien niet altijd goed met elkaar te vergelijken, onder andere door verschillen in onderzoeksopzet, meetperiode en onderzoekspopulatie. Desalniettemin laten onderzoeken zien dat natuurlijke methoden als anticonceptiemethode in de praktijk niet erg betrouwbaar zijn.[xxiv]

Terugtrekken tijdens het klaarkomen, coïtus interruptus, is geen betrouwbare anticonceptiemethode. Niet alleen kunnen er spermacellen in het voorvocht zitten, het kan ook moeilijk zijn voor de man om zich op tijd terug te trekken, waardoor de kans op zwangerschap in de praktijk groot is.

Alleen de eerste 6 maanden kan borstvoeding geven een nieuwe zwangerschap voorkomen, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Het werkt alleen als de baby alleen maar borstvoeding krijgt en geen bijvoeding, er niet meer dan 4 uur (’s nachts 6 uur) tussen de voedingen zit, er geen melk wordt afgekolfd en de vrouw geen bloedverlies heeft.[xxxv]

Morning-afterpil

De morning-afterpil kan een bevruchting voorkómen, een abortuspil breekt een zwangerschap af. Wat de morning-afterpil doet, is de eisprong uitstellen (als de eisprong nog niet geweest is).

De naam ‘morning-afterpil’ is misleidend; ‘noodpil’ is passender. Hoe eerder een morning-afterpil na de onveilige seks wordt ingenomen, hoe groter de kans dat een eisprong nog voorkomen kan worden. Een noodpil kan nog worden genomen tot 3 dagen (Norlevo) of 5 dagen (EllaOne) na de onveilige seks. EllaOne is effectiever, maar hoe sneller de noodpil ingenomen wordt, hoe groter de kans dat er geen zwangerschap ontstaat. Er is nog een noodmiddel, namelijk een koperspiraal. Als deze binnen 5 dagen wordt geplaatst, is dit een heel betrouwbaar middel om een zwangerschap nog te voorkomen. Een koperspiraal kan dan meteen tot 5 of 10 jaar blijven zitten als bescherming tegen zwangerschap.

Een morning-afterpil kan niet altijd een zwangerschap voorkomen. Wat de morning-afterpil doet, is de eisprong uitstellen. Dat kan alleen als de eisprong nog niet is geweest. Hoe sneller een morning-afterpil geslikt wordt na de onveilige seks, hoe groter de kans dat een zwangerschap nog voorkomen kan worden.

Een betrouwbare anticonceptiemethode werkt veel beter om een zwangerschap te voorkomen dan een morning-afterpil. Een morning-afterpil kan niet altijd meer een eisprong voorkomen, dus werkt niet altijd. Ook kan de dosis hormonen in de morning-afterpil bijwerkingen geven, zoals misselijkheid, buikpijn en hoofdpijn. Door gebruik van de morning-afterpil kan de menstruatie later komen, wat onzekerheid kan geven over een eventuele zwangerschap. En als vaker in één cyclus de morning-afterpil wordt geslikt, raakt de cyclus ontregeld en is de kans op een zwangerschap groter.

De morning-afterpil met het progestageen levonorgestrel (Norlevo) bevat 10 keer de dosis van één tablet Mycrogynon 30 (de meest voorgeschreven pil). Incidenteel gebruik van de morning-afterpil kan echter geen kwaad. De cyclus herstelt zich weer snel. Na het gebruik kan doorgegaan worden met de reguliere anticonceptie.

In EllaOne zit een ander progestageen, namelijk Ulipristal. Dit hormoon zit niet in reguliere anticonceptie. Het werkt sterk om de ovulatie te remmen. Bij herhaaldelijk gebruik kan ulipristal schadelijk zijn voor de lever.

Ook al wordt de morning-afterpil vaker geslikt, hij blijft zijn werk doen, namelijk de eisprong uitstellen. Maar als de eisprong net is geweest, kan de morning-afterpil niets meer doen. Als de morning-afterpil wordt gebruikt in plaats van een anticonceptiemethode, is er een kans dat toch een keer een bevruchting plaatsvindt. Wanneer de morning-afterpil vaker in één cyclus wordt gebruikt, raakt de cyclus ontregeld en is de kans ook groter op een zwangerschap.

Incidenteel gebruik van de morning-afterpil kan geen kwaad. In de morning-afterpil Norlevo zit 10 keer de dosis levonorgestrel van één tablet Mycrogynon 30 (de meest voorgeschreven pil). In EllaOne zit een ander progestageen, namelijk ulipristal. De dosis hormonen in de morning-afterpil kan bijwerkingen geven, zoals misselijkheid, buikpijn en hoofdpijn. Lang niet iedere vrouw heeft daar last van. Gebruik van een morning-afterpil maakt niet onvruchtbaar.

De morning-afterpil stelt de ovulatie uit (als deze nog niet geweest is). Hierdoor kan de menstruatie later komen. Als vaker in één cyclus de morning-afterpil wordt geslikt, raakt de cyclus ontregeld. Bij herhaaldelijk gebruik kan ulipristal schadelijk zijn voor de lever.

Bepaalde aandoeningen of medicijnen zijn contra-indicaties voor een morning-afterpil met ulipristal (EllaOne) of levonorgestrel (Norlevo). In dat geval is het koperspiraal een alternatieve morning-aftermethode. Deze moet binnen 5 dagen na de onveilige seks worden geplaatst.

Abortus

Noch een abortuspil noch een instrumentele abortus leidt tot onvruchtbaarheid. Als een abortus wordt uitgevoerd in een gespecialiseerde kliniek, is de kans op beschadiging van de baarmoeder of het krijgen van een infectie zeer klein.

Er wordt onjuiste informatie verspreid over het risico op psychische problemen na een abortus. Soms wordt hierbij onderzoek aangehaald dat dit zou aantonen. Echter bleken de vrouwen in dit onderzoek vóór de abortus ook al psychische problemen te hebben. Uit verschillende latere onderzoeken blijkt dat vrouwen geen psychische problemen overhielden van een abortus.[xxxvi] Gevoelens van leegte, verdriet of schuld kunnen voorkomen, maar de meeste vrouwen voelen vooral opluchting.

Er is geen relatie tussen abortus en borstkanker. Er is in het verleden een onderzoek uitgevoerd die dat zou aantonen, maar wetenschappers hebben veel kritiek op de kwaliteit van dit onderzoek. Door anti-abortus organisaties wordt dat onderzoek echter steeds aangehaald. Recentere studies laten helemaal geen verband zien.

Bronnen

Deze informatie is tot stand gekomen met medewerking van dr. R.J.C.M. Beerthuizen, gynaecoloog (niet-praktiserend), Stichting Anticonceptie Nederland, Rosa Joosten, Arts M&G en Sense-arts, en Marèse Bulstra, gynaecoloog Aaya Health Clinic Amsterdam.

Is er informatie of kennis uit (recent) onderzoek dat toegevoegd zou moeten worden? Mail naar: i.dehaan@rutgers.nl.

 

Bronnenlijst

[i] Montoya, E.R. & P.A. Bos (2017). How oral contraceptives impact social-emotional behavior and brain function, Trends in Cognitive Sciences. Online op 1 februari 2017. DOI: 10.1016/j.tics.2016.11.005

Russell, M. et al. (2014). The association between discontinuing hormonal contraceptives and wives’ marital satisfaction depends on husbands’ facial attractiveness, PNAS. Online op 2 december 2014. doi:10.1073/pnas.1414784111

Pahnke, R. et al. (2019). Oral contraceptives impair complex emotion recognition in healthy women, Frontiers in Neuroscience. Online op 11 februari 2019. DOI:10.3389/fnins.2018.01041

[ii] Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch kompas (2019).

[iii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Skovlund, C.W. et al. (2016). Association of hormonal contraception with depression. JAMA Psychiatry 2016.

Johansson, T. et al. (2023). Population-based cohort study of oral contraceptive use and risk of depression. Epidemiology and Psychiatric Sciences, 32, E39. doi:10.1017/S2045796023000525

De Wit, A.E. et al. (2019) Association of use of oral contraceptives with depressive symptoms among adolescents and young women. JAMA Psychiatry 2019;77:52-9.

Anderl C, et al. (2022) Association between adolescent oral contraceptive use and future major depressive disorder: a prospective cohort study. J Child Psychol Psychiatry 2022;63:333-41.

[iv] Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch kompas (2019).

[v] Guida, M. et al. (2005). Effects of two types of hormonal contraception–oral versus intravaginal–on the sexual life of women and their partners. Hum Reprod 2005;20:1100-6.

Malmborg, A. et al. (2016). Hormonal contraception and sexual desire: A questionnaire-based study of young Swedish women. Eur J Contracept Reprod Health Care 2016;21:158-67.

[vi] De Bastos, M. et al. (2014). Combined oral contraceptives: Venous thrombosis. Cochrane Database Syst Rev 2014:Cd010813.

[vii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Lidegaard, O. et al. (2011). Risk of venous thromboembolism from use of oral contraceptives containing different progestogens and oestrogen doses: Danish cohort study, 2001-9. BMJ 2011;343:d6423.

Samuelsson, E. & S. Hagg (2004). Incidence of venous thromboembolism in young Swedish women and possibly preventable cases among combined oral contraceptive users. Acta Obstet Gynecol Scand 2004;83:674-81.

[viii] Lidegaard, O. et al. (2012). Venous thrombosis in users of non-oral hormonal contraception: Follow-up study, Denmark 2001-10. BMJ 2012;344:e2990.

[ix] Tepper, N.K. et al. (2016). Progestin-only contraception and thromboembolism: A systematic review. Contraception 2016a;94:678-700.

[x] Marchbanks, P.A. et al. (2002). Oral contraceptives and the risk of breast cancer. N Engl J Med 2002;346[26]2025-32.

[xi] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Morch, L.S. et al. (2017). Contemporary hormonal contraception and the risk of breast cancer. N Engl J Med 2017;377:2228-39.

Del Pup, L. et al. (2019). Breast cancer risk of hormonal contraception: Counselling considering new evidence, Critical Reviews in Oncology/Hematology, Volume 137, 2019, Pages 123-130.

[xii] Graafland, L. et al. (2020). Breast Cancer Risk Related to Combined Oral Contraceptive Use, The Journal for Nurse Practitioners, Volume 16, Issue 2, 2020, Pages 116-120.

[xiii] Dinger, J. et al. (2011). Levonorgestrel-releasing and copper intrauterine devices and the risk of breast cancer, Contraception, Volume 83, Issue 3, 2011, Pages 211-217.

[xiv] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

[xv] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Roura, E. et al. (2016). The influence of hormonal factors on the risk of developing cervical cancer and pre-cancer: Results from the EPIC cohort. PLoS One 2016;11:e0147029.

[xvi] Havrilesky, L.J. et al. (2013). Oral contraceptive pills as primary prevention for ovarian cancer: A systematic review and meta-analysis. Obstet Gynecol 2013;122:139-47.

Iversen, L. et al. (2017). Lifetime cancer risk and combined oral contraceptives: The Royal College of General Practitioners’ oral contraception study. Am J Obstet Gynecol 2017;216:580.e1-.e9.

[xvii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Gierisch, J.M. et al. (2013). Oral contraceptive use and risk of breast, cervical, colorectal, and endometrial cancers: A systematic review. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2013;22:1931-43.

Iversen, L. et al. (2017). Lifetime cancer risk and combined oral contraceptives: The Royal College of General Practitioners’ oral contraception study. Am J Obstet Gynecol 2017;216:580.e1-.e9.

[xviii] Berenson, A.B. et al. (2009). Changes in weight, total fat, percent body fat, and central-to-peripheral fat ratio associated with injectable and oral contraceptive use. Am J Obstet Gynecol 2009;200: 329.e1–329.e8.

Gallo, M.F. et al. (2008). Combination contraceptives: Effects on weight. Cochrane Database Syst Rev 2008b:Cd003987.

[xix] Berenson, A.B. & M. Rahman (2009). Changes in weight, total fat, percent body fat, and central-to-peripheral fat ratio associated with injectable and oral contraceptive use. Am J Obstet Gynecol 2009;200: 329.e1–329.e8.

Lopez, L.M. et al. (2011). Progestin-only contraceptives: Effects on weight. Cochrane Database Syst Rev 2011:Cd008815.

[xx] Lopez, L.M. et al. (2011). Progestin-only contraceptives: Effects on weight. Cochrane Database Syst Rev 2011:Cd008815.

Beksinka, M. et al. (2021). Weight change among women using intramuscular depot medroxyprogesterone acetate, a copper intrauterine device, or a levonorgestrel implant for contraception: Findings from a randomised, multicentre, open-label trial. EClinicalMedicine, Volume 34, 100800, April 2021.

Bahamondes, L. (2021). Weight change among women using intramuscular depot medroxyprogesterone acetate, a copper intrauterine device, or a levonorgestrel implant for contraception did not influence early discontinuation. EClinicalMedicine, Volume 34, 100857, April 2021.

[xxi] Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch kompas (2019).

[xxii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Skovlund, C.W. et al. (2016). Association of hormonal contraception with depression. JAMA Psychiatry 2016.

Johansson, T. et al. (2023). Population-based cohort study of oral contraceptive use and risk of depression. Epidemiology and Psychiatric Sciences, 32, E39. doi:10.1017/S2045796023000525

De Wit, A.E. et al. (2019) Association of use of oral contraceptives with depressive symptoms among adolescents and young women. JAMA Psychiatry 2019;77:52-9.

Anderl C, et al. (2022) Association between adolescent oral contraceptive use and future major depressive disorder: a prospective cohort study. J Child Psychol Psychiatry 2022;63:333-41.

[xxiii] Guida, M. et al. (2016). Effects of two types of hormonal contraception–oral versus intravaginal–on the sexual life of women and their partners. Hum Reprod 2005;20:1100-6.

Malmborg A, et al. (2016). Hormonal contraception and sexual desire: A questionnaire-based study of young Swedish women. Eur J Contracept Reprod Health Care 2016;21:158-67.

[xxiv] Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch kompas (2019).

[xxv] De Bastos, M. et al. (2014). Combined oral contraceptives: Venous thrombosis. Cochrane Database Syst Rev 2014:Cd010813.

[xxvi] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Lidegaard, O. et al. (2011). Risk of venous thromboembolism from use of oral contraceptives containing different progestogens and oestrogen doses: Danish cohort study, 2001-9. BMJ 2011;343:d6423.

Samuelsson, E. & S. Hagg (2004). Incidence of venous thromboembolism in young Swedish women and possibly preventable cases among combined oral contraceptive users. Acta Obstet Gynecol Scand 2004;83:674-81.

[xxvii] Marchbanks, P.A. et al. (2002). Oral contraceptives and the risk of breast cancer. N Engl J Med 2002;346[26]2025-32.

[xxviii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Morch, L.S. et al. (2017). Contemporary hormonal contraception and the risk of breast cancer. N Engl J Med 2017;377:2228-39.

Del Pup, L. et al. (2019). Breast cancer risk of hormonal contraception: Counselling considering new evidence, Critical Reviews in Oncology/Hematology, Volume 137, 2019, Pages 123-130.

[xxix] Graafland L. et al. (2020). Breast Cancer Risk Related to Combined Oral Contraceptive Use, The Journal for Nurse Practitioners, Volume 16, Issue 2, 2020, Pages 116-120.

[xxx] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

[xxxi] Anthony, C. et al. (2013) Oral contraceptive use in women changes preferences for male facial masculinity and is associated with partner facial masculinity. Psychoneuroendocrinology, 38,9:1777-1785.

Roberts, S.C. et al. (2014). Partner Choice, Relationship Satisfaction, and Oral Contraception: The Congruency Hypothesis. Psychological Science, 25(7), 1497–1503.

Roberts S.C. et al. (2012) Relationship satisfaction and outcome in women who meet their partner while using oral contraception. Proc. R. Soc. B.2791430–1436.

Russell, M. et al. (2014). The association between discontinuing hormonal contraceptives and wives’ marital satisfaction depends on husbands’ facial attractiveness, PNAS. Online op 2 december 2014. doi:10.1073/pnas.1414784111.

[xxxii] NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap. richtlijnen.nhg.org. Geraadpleegd: augustus 2023

Helmerhorst, F.M. & M.A.E. Nieuwhof (2017). Spiralen met levonorgestrel. Gebu 2017;51:87-90.

 

Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.